Eindelijk...de WBTR

9 april 2021

Door: Mr. Judith Veldhuis-Lampe, Ampersand Advocatuur

En daar is 'tie dan: de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR). Vers van de pers. Sinds 2016 al onderwerp van wetgeving, eind 2020 eindelijk goedgekeurd en vanaf 1 juli 2021 verplicht voor alle verenigingen. En dus ook sportverenigingen. Dat zorgt nu al voor de nodige 'reuring'; er komen veel vragen binnen vanuit de sportverenigingen. 'Wat moeten we nu precies doen, welke consequenties kan dit allemaal hebben, moet ik nog wel willen besturen, met al die risico's?' Goede vragen, en nog beter dat bestuurders zich voorbereiden door deze wet serieus te nemen. Waarom? Bestuursleden hebben voortaan de plicht het belang van de vereniging voorop te stellen. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar dat blijkt in de praktijk toch niet altijd zo te werken. Voortaan staat het zwart op wit: het belang van de vereniging is leidend. Ergens nog een (kleine) belangenverstrengeling? De clubsecretaris met eigen hoveniersbedrijf, die het tuinonderhoud van de club wordt gegund? Nee, daar wil de wetgever paal en perk aan stellen. Bij een tegenstrijdig belang mag een bestuurder voortaan niet meer meepraten en/of meebeslissen. Echt niet. Dat moet maar aan de andere bestuurders worden overgelaten. En wat nu als de bestuurders niet kunnen beslissen, bijvoorbeeld door langdurige ziekte? Dan moet er vervanging zijn geregeld. Een vereniging mag dus nooit 'bestuurderloos' worden achtergelaten.

Wanneer een clubsituatie een privérisico wordt?

Maar de belangrijkste wijziging, waar meteen ook de meeste vragen over komen, is natuurlijk de bestuurdersaansprakelijkheid. Die houdt kort gezegd in, dat ook een bestuurder van een vereniging behoorlijk moet besturen. Gaat een vereniging failliet? Dan wordt het spannend. Bij een faillissement kan de curator de bestuurder namelijk aansprakelijk stellen voor het tekort in het faillissement. Daarvoor moet het bestuur zijn taak onbehoorlijk hebben vervuld én het moet aannemelijk zijn dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Dit betekent dus, dat bij een faillissement een onbehoorlijk bestuurder in privé aansprakelijk kan worden gehouden voor het hele faillissementstekort. De hoogte daarvan is op voorhand ongewis, maar het valt natuurlijk altijd tegen. Niet alleen wordt een ernstig verwijt gemaakt ('U hebt niet behoorlijk bestuurd'), maar ook wordt de bestuurder voor de gevolgen daarvan privé getroffen ('U moet betalen').

De regels voor aansprakelijkheid worden met dit alles eigenlijk niet (inhoudelijk) gewijzigd, maar het toepassingsbereik wordt wel uitgebreid. Naar de bestuurders van bijvoorbeeld sportverenigingen dus. En meestal zijn dat de amateurverenigingen. Mensen die vanuit passie of plichtsbesef een sportclub besturen, en dan dergelijke risico's te lopen, dat is best cru. Het is dus zaak dat de bestuurders dit fenomeen snappen en voorbereidingen treffen.

In het recht wordt de soep gelukkig vaak niet zo heet gegeten als zij wordt opgediend, maar een goede voorbereiding kan veel leed voorkomen. De komende periode zal ik in mijn columns voor ClubZeker aandacht besteden aan bestuurdersaansprakelijkheid, zodat duidelijker wordt wanneer een clubsituatie een privérisico wordt. Wordt vervolgd dus!

WBTR Quick Scan

ClubZeker biedt binnenkort een WBTR quick-scan aan, waarmee na het invullen van de vragenlijst concreet inzichtelijk wordt gemaakt welke aspecten uw club nog moet regelen. Geïnteresseerd? We houden u op de hoogte via onze nieuwsbrief.